Afbeeldingen bewerken
Bewerk afbeeldingen die al in de PDF stonden of die u zelf hebt toegevoegd.Zodra u een afbeelding in een document hebt geselecteerd, ziet u nieuwe items in de bewerkingsbalk die specifiek betrekking hebben op het bewerken van afbeeldingen. Gebruik de actieknop '
' in de bewerkingsbalk om toegang te krijgen tot veel van de onderstaande opties. Als u geen nieuwe tools in de bewerkingsbalk ziet, hebt u mogelijk een link boven de afbeelding geselecteerd in plaats van de afbeelding zelf.
' in de bewerkingsbalk om toegang te krijgen tot veel van de onderstaande opties. Als u geen nieuwe tools in de bewerkingsbalk ziet, hebt u mogelijk een link boven de afbeelding geselecteerd in plaats van de afbeelding zelf.- Selecteer het bewerkingsgereedschap '
' (Command+2). - Klik op een afbeelding om deze te selecteren. Als je het object niet kunt selecteren, probeer het dan te selecteren met het gereedschap ‘Precisie bewerken’, hoewel dan niet alle onderstaande opties beschikbaar zullen zijn.
- Zodra een afbeelding is geselecteerd, heb je verschillende opties:
- Verwijder de afbeelding door in het menu ‘Bewerken’ > ‘Verwijderen’ te kiezen.
- Kopieer de afbeelding door in het menu Bewerken > Kopiëren te kiezen. De afbeelding kan nu op een andere pagina of in een ander PDF-bestand worden geplakt.
- Verplaats (met het bewerkingsgereedschap
) de afbeelding door deze naar een andere locatie te slepen. De optie ‘Uitlijnen op hulplijnen’ in het menu ‘Schikken’ helpt bij het positioneren van de afbeelding. ( Afbeeldingen en objecten schikken ). - Verplaats de afbeelding(met het gereedschap ‘Precisie bewerken’
) en de afbeelding blijft op dezelfde laag in de PDF staan. Dit betekent dat als de afbeelding op een laag achter de tekst stond, de afbeelding achter de tekst blijft staan terwijl je deze verplaatst. Verplaatsen met het gereedschap ‘Precisie bewerken’ zorgt er ook voor dat de bestandsgrootte niet toeneemt, in tegenstelling tot bij het gereedschap ‘Bewerken’.
- Pas het formaat van de geselecteerde afbeeldingaan door de selectiehandvatten te verslepen. Houd daarbij de Shift-toets ingedrukt om de afbeelding proportioneel te houden. Je kunt ook ‘Bewerken’ > ‘Afbeelding uitbreiden om op pagina te passen’ kiezen; de afbeelding wordt dan vergroot tot de maximale grootte die op de pagina past.
- Snijd de geselecteerde afbeeldingbij. ( Afbeeldingen bijsnijden ).
- Maak de afbeelding transparant. ( Documenten ondertekenen ).
- Vergroot de afbeelding zodatdeze de randen van de pagina vult door ‘Bewerken > Afbeelding uitbreiden tot pagina’ te kiezen.
- Pas de kleur (contrast, verzadiging, enz.) van de afbeeldingaan en pas effecten toe door Bewerken > Aanpassen… te kiezen ( Afbeelding aanpassen ).
- Pas de resolutie en kleurdiepte van een afbeelding of document aan door Bewerken > Opnieuw bemonsteren… te kiezen ( Afbeelding opnieuw bemonsteren ).
- Maak een afbeeldingrecht of breng fijne aanpassingen aan in de kanteling en belichting door Bewerken > Rechtzetten en aanpassen… te kiezen ( Afbeelding rechtzetten ).
Afbeeldingen bijsnijden
- Selecteer een afbeelding en kies Bewerken > Afbeelding bijsnijden… of klik op het pictogram Bijsnijden in het gedeelte voor afbeeldingsbewerking van de bewerkingsbalk.
- Het bijsnijdgebied begint bij de randen van de afbeelding. Zoek de hoek- of zijhandvatten van het bijsnijdgebied en sleep deze om het formaat en de vorm aan te passen.
- Klik op het bijsnijdgebied en sleep het rond de afbeelding om het op de gewenste plek te plaatsen. In het bijsnijdgebied worden de afmetingen aan elke zijde weergegeven. De weergegeven meeteenheden kun je aanpassen in Voorkeuren > Bewerken.
- Op dit moment kunt u kiezen uit drie opties onderaan de pagina:
- Annuleren: Je bewerkingen ongedaan maken.
- Bijsnijden en aanpassen aan afmetingen: De bijgesneden afbeelding behoudt de verhoudingen van de hoogte en breedte van de originele afbeelding.
- Bijsnijden: De afbeelding wordt bijgesneden tot het opgegeven gebied.
- Klik op een van de opties om een keuze te maken.